Iedereen zit weleens in de kast

IncInc Blog bericht, News

Deel dit bericht

Uit de kast komen is in onze cultuur inmiddels een volledig ingeburgerde term, waarmee we het publiek maken van een andere seksuele voorkeur dan hetero bedoelen. Toch heeft het lang geduurd voordat we het vanzelfsprekend zijn gaan vinden dat seksuele voorkeur iets is om publiekelijk voor uit te komen. Woorden als homo en hetero zijn pas in de 19de eeuw ontstaan; voor die tijd was seksualiteit wel iets wat je doet, maar niet noodzakelijkerwijs iets wat je bent.

Historische ontwikkeling

In de 19de eeuw ontstond langzaamaan het beeld van homoseksuelen als een onderdrukte minderheidsgroep. In 1869 introduceerde een van de eerste homorechtenactivisten, de Duitser Karl Heinrich Ulrichs, het idee dat publiekelijk uitkomen voor de homoseksuele voorkeur een middel was om te emanciperen. Volgens hem kon de onderdrukking van homo’s alleen aangepakt worden als zij een zelfbewustzijn zouden ontwikkelen en een zichtbare plek durfden op te eisen in de samenleving. De homo-identiteit, en het idee dat deze opgeëist moet worden door deze te openbaren, was geboren.

Dat uit de kast komen niet meer weg te denken is uit de moderne cultuur blijkt alleen al uit de populaire coming out-video’s die elke dag op YouTube verschijnen. Toch zijn er ook vandaag de dag nog belangrijke wetenschappers en activisten die kanttekeningen plaatsen bij het idee van uit de kast komen. De cultuurtheoretica Eve Sedgwick stelt in een invloedrijk boek bijvoorbeeld dat zo een te simplistisch beeld wordt geschetst van seksualiteit. Volgens haar zijn mensen niet of homo of hetero, maar is seksualiteit veel ongrijpbaarder en heeft bijna iedereen wel biseksuele neigingen.

Coming Out leidt niet gelijk tot zelfacceptatie

Ook invloedrijke psychologen zeggen dat het uit de kast komen met veel misvattingen gepaard gaat. Volgens homotherapeut Alan Down klopt het bijvoorbeeld niet dat uit de kast komen het hoogst haalbare is voor LHBTQ’s. Het naar buiten treden met de seksuele voorkeur leidt volgens hem niet per se tot zelfacceptatie; daarvoor is een veel langer innerlijk proces nodig. Binnen de psychologie zijn om deze reden allerlei modellen in zwang geraakt waarbij de coming out slechts een fase is in een veel langer proces van identiteitsontwikkeling.

Bij de term ‘uit de kast komen’ zijn dus veel kanttekeningen te plaatsen. Seksualiteit is in de kern onvoorspelbaar en ongrijpbaar; er is daarom ook niet één weg naar persoonlijk geluk. Dat zien wij ook terug in ons werk met LHBTQ’s: zij geven allen hun eigen draai aan hun coming out. Wel zien wij een gemeenschappelijke ervaring in al hun verschillende verhalen: zij slagen er uiteindelijk in om hun ‘anders zijn’ op het gebied van seksualiteit of gender te integreren in hun alledaagse leven. Hierdoor vermindert hun stress en neemt hun geluk toe. Het is precies deze ervaring die IncInc zo breed mogelijk wil delen, met LHBTQ’s én hetero’s. Want zitten we niet allemaal weleens in een kast waar we niet uit durven?