Aparte opvang vluchtelingen is niet genoeg

IncInc Blog bericht, News

Deel dit bericht

In een opiniestuk in de Volkskrant deed IncInc een dringende oproep aan het kabinet en het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) om nu werk te maken van discriminatie van vluchtelingen in opvangcentra. Tijdens een bijeenkomst afgelopen dinsdag deden dertig organisaties allerlei suggesties, maar het COA liet een kans lopen deze deelnemers serieus te nemen en hun expertise aan te wenden. In het publieke debat volgend op de bijeenkomst, zijn de roep om aparte opvang en de aanpak van daders het luidst. Beide noodzakelijk volgens IncInc, maar niet genoeg voor structurele verandering.

Maatregelen voor een kwetsbare groep

Voor beide maatregelen zijn gegronde redenen. Tijdens de bijeenkomst werd eens te meer duidelijk dat de situatie voor veel minderheden in de opvang bijzonder urgent is. De dreigementen die door sommige bewoners worden afgegeven zijn soms zo ernstig en structureel dat vluchtelingen dag en nacht in een staat van angst leven en moeten vechten tegen zelfmoordgedachten. Dat was eerder al duidelijk geworden uit de vele schrijnende verhalen die organisaties als COC Nederland, Secret Garden en LGBT Asylum Support naar buiten brachten.

Vorige week dinsdag was ook de dag dat de PvdA onverwachts een D66-motie steunde die het kabinet oproept om aparte opvang te regelen voor “kwetsbare groepen”. PvdA-prominent en burgemeester van Rotterdam Ahmed Aboutaleb, keerde zich echter tegen het kamerstandpunt van zijn partij en sprak zich expliciet uit tegen aparte opvang. Hij hamert op het sanctioneren van discriminatie en intimidatie en wijst op de tekst van de motie die niet deugt: “Daar had moeten staan dat het COA oplossingen moet vinden om dit intimidatieprobleem te tackelen”.

Hier is IncInc het hartgrondig mee eens. Een integrale aanpak tegen discriminatie en intimidatie in opvanglocaties is noodzakelijk voor structurele oplossingen. Noodopvang is een adequate maateregel in gevallen waar omwille van de veiligheidssituatie direct gehandeld kan worden, maar predikt segregatie, iets waar Nederland niet voor staat.

Het sanctioneren van daders kan ook een gepaste maatregel zijn, maar is makkelijker gezegd dan gedaan. Want wie zijn deze daders? In veel gevallen verschuilt discriminatie en intimidatie zich tussen bewoners onder elkaar. Wat zijn signalen? Wat zijn eventuele risicogroepen? Hoe bescherm je slachtoffers die melding doen? Wie geeft welke sancties? In veel gevallen verschuilt discriminatie en intimidatie zich tussen bewoners onder elkaar.

Dus sanctionering klinkt daadkrachtig, maar vergt een grondige kennis hoe het er in AZC’s aan toe gaat en dus een diepte-investering. Dit is precies wat IncInc en andere organisaties benadrukten tijdens de bijeenkomst met het COA. Het wordt tijd dat het COA acuut ingrijpt, door de meest kwetsbare slachtoffers direct in veiligheid te brengen, opvanglocaties in kaart te brengen om daders aan te kunnen pakken en te zorgen voor structurele verbetering van de veiligheidssituatie voor minderheden in AZC’s. Als we van vluchtelingen vragen dat ze onze grondrechten en samenlevingsvormen begrijpen en accepteren, is het noodzakelijk dat COA onze rechtsstaat ook actief uitdraagt.

Drie fasen plan

IncInc kan hierbij helpen, samen met vele andere organisaties uit het maatschappelijke middenveld die staan te popelen om actie te ondernemen. Om op de lange termijn tot oplossingen te komen, heeft IncInc de afgelopen tijd volgens deze samenwerkingsgedachte een aanpak van discriminatie en intimidatie in de asielopvang ontwikkeld. Met een relatief kleine inspanningen kan hiermee op grote schaal aan het tegen gaan van discriminatie en intimidatie. Ons plan bestaat uit een drietal fasen.

  • De eerste fase richt zich op het in kaart brengen van opvanglocaties. Hiermee worden risicogroepen (zowel daders als slachtoffers) en risicolocaties in kaart gebracht en wordt inzicht verschaft in hoe discriminatie in AZC’s plaatsvindt. Hierdoor worden signalen van discriminatie en de omstandigheden waarin dit plaatsvindt duidelijk.
  • De tweede fase gebruikt de inzichten uit de tweede fase om in een aantal targetlocaties te selecteren, waarin het personeel (en eventueel vrijwilligers) specifiek getraind wordt op het opmerken van, en omgang met discriminatie en intimidatie in opvanglocaties. Hierbij wordt gebruikt gemaakt van de kennis en ervaring van bewoners en ex-asielzoekers, om personeel te trainen risicogedrag van daders en slachtoffers te herkennen, hoe ermee om te gaan en inschatten wanneer noodopvang noodzakelijk is.
  • De derde fase richt zich vervolgens op de het structureel tegengaan van discriminatie en intimidatie. Op de targetlocaties worden focusgroepen gecreëerd waarin bewoners, personeel en vrijwilligers specifieke maatregelen nemen die de veiligheid van minderheden waarborgen. Dit dient om “voelsprieten” te creëren binnen de populatie van opvanglocaties, zodat sanctionering en noodopvang kunnen worden teruggedrongen.

Omdat een dergelijk programma ook grotendeels kan rusten op de inzet van al bestaand COA-personeel, de betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld bij de vluchtelingencrisis, en de vele vluchtelingen die tot op het bot gemotiveerd zijn om iets van hun verblijf in Nederland te maken, kunnen de kosten beperkt worden gehouden. Daarbij komt dat de fases los van elkaar kunnen worden ingezet, waarin iedere fase een stap dichterbij een structurele oplossing komt.

Om de veiligheid voor iedereen in alle opvanglocaties op de lange termijn te waarborgen, dient het COA nu een diepte-investering te maken. Het belang voor de vluchtelingen, voor de Nederlandse rechtsstaat en voor het maatschappelijk draagvlak voor het opvangbeleid is te groot om het uitrollen van een dergelijk plan verder uit te stellen. Noodopvang en sanctionering van daders zijn goede ideeën, maar het blijft dweilen met de kraan open zolang het geen deel uitmaakt van een integrale aanpak.

IncInc hoopt met dit stuk bij te dragen aan het komen tot een structurele verbetering en helpt graag mee in het bewerkstelligen hiervan. Een concrete uitwerking van ons plan kunnen geïnteresseerden opvragen via info@incinc.nl.